Probleem op deze pagina?

Project: MastiMan: Een betere uiergezondheid door monitoren van herstel bij mastitis

LBO - LA: Landbouwonderzoek en Landbouwtrajecten
01/10/2017
30/09/2021

Algemeen doel:
Vlaanderen telt momenteel ongeveer 4600 melkleveraars, goed voor een eindproductiewaarde van 844 miljoen euro per jaar (BCZ-CLB, 2016; VILT, 2016). De jaarlijkse economische schade in de Belgische melkveehouderij gelinkt aan uiergezondheidsproblemen wordt geraamd op 34 miljoen euro (Verstrynge, 2015). De preventie, detectie en behandeling van mastitis vormen de basis voor het hedendaags uiergezondheidsmanagement. Na detectie en opstart van een behandeling een wordt het herstel, zijnde de onderdrukking van de causale pathogeen (bacteriologische genezing), het verdwijnen van de klinische symptomen en de regeneratie van het uierweefsel (klinische genezing), amper objectief opgevolgd. Door gebrek aan informatie over dit herstel, is het voor de melkveehouder onmogelijk om de effectiviteit van de behandeling in te schatten en de behandelingsduur en verdere ondersteuning hierop af te stemmen. Dit resulteert enerzijds in overmatig antibioticagebruik bij een te lange behandeling en anderzijds uitblijven van volledig herstel door een te korte of suboptimale behandeling (Lago et al., 2011). In het fundamenteel onderzoeksproject ‘Modelgebaseerd opvolgen van genezing en herstel voor een beter beheer van mastitis in melkkoeien’ (FWO aspirant 11ZG916N) werden twee modellen ontwikkeld om de ernst van de infectie en de ontstekingsreactie bij mastitis, alsook het herstel in te schatten en te monitoren: (1) een productiemodel die het mogelijk maakt om de melkverliezen door mastitis op kwartierniveau nauwkeurig te berekenen, ken (2) een herstelmodel op basis van (historische) diergegevens en de melkproductie- en -kwaliteitsregistraties die momenteel reeds beschikbaar zijn op moderne melkveebedrijven. In het voorgestelde landbouwtraject worden deze modellen geoptimaliseerd en gevalideerd op Vlaamse melkveebedrijven zodat deze kennis kan gebruikt worden bij het verbeteren van de uiergezondheid.

Concrete doelen:
Het landbouwtraject beoogt een paradigmashift naar behandeling van mastitis in functie van het herstel. Door het demonstreren van de werkelijke productieverliezen ten gevolge van mastitis en de relatie met het bedrijfsmanagement worden de economische voordelen van een betere uiergezondheid belicht. Bovendien worden er hulpmiddelen ontwikkeld (herstelmodel) en gevalideerd (herstelmodel en gedifferentieerd celgetal) die de melkveehouders ondersteunen bij het optimaliseren van iedere individuele mastitisbehandeling. Door verdere uitbreiding van het welbekende ‘Koesensor’ kennisplatform met expertise over sensortechnologie ter ondersteuning van het uiergezondheidsmanagement, afkomstig van dit landbouwtraject of ander (praktijk)onderzoek, wordt transfer en implementatie van deze kennis op Vlaamse melkveebedrijven ook actief ondersteund.
Het voorgestelde landbouwtraject doelt concreet op het verminderen van melkverliezen ten gevolge van mastitis door beter management op 150 bedrijven, het gebruik van het gedifferentieerde celgetal via melkproductieregistratie voor opvolging van uiergezondheid op minstens 150 bedrijven en de implementatie van het herstelmodel en/of afgeleide protocollen op minstens 50 bedrijven (KPI 1 en 2). Daarnaast voorziet het traject bij afloop ook 3 bedrijfsspecifieke vervolgtrajecten (KPI 3) en 95 adviezen die effectief door de doelgroep geïmplementeerd worden (KPI 4).

Verwachte resultaten en impact:
Het ‘Koesensor’ kenniscentrum zal in dit project verder worden uitgebouwd. Door de managementverschillen met betrekking tot mastitis en de link met gerelateerde melkverliezen bloot te leggen, zal na afloop van het project de economische impact van mastitis op de Vlaamse melkveebedrijven teruggeschroefd kunnen worden. Via dit platform zal een innovatief protocol verspreid worden om melkveehouders en dierenartsen te ondersteunen bij het inschatten en opvolgen van mastitisherstel en vervolgens te voorzien van concrete richtlijnen voor het bijsturen en optimaliseren van de behandeling. De implementatie van het herstelmodel en de gerelateerde impactverlaging (melkverliezen, behandeling) zal binnen 2 jaar na afloop van het project niet alleen positieve economische gevolgen hebben voor de melkveehouders, maar ook resulteren in een efficiënter gebruik van arbeid en geneesmiddelen, een verhoogd dierenwelzijn en een breder maatschappelijk draagvlak voor duurzame melkveehouderij.

KU Leuven MeBioS, UGent M-team en Hooibeekhoeve
KU Leuven campus Geel
CRV Boerenbond MCC-Vlaanderen Agrimex Fedagrim VDV (dierenartsenvereniging) MEX Milk@vice ILVO Dier Departement Landbouw en Visserij
Ben Aernouts
Ben Aernouts
Share this on