Probleem op deze pagina?

Project: Pest Management Tool for tomato and pepper in Europe (PeMaTo-EuroPep)

Andere: Andere projectvormen
01/04/2017
31/03/2019

Dit project is een Europese uitbreiding van het lopende LA-traject, getiteld Pest Management Tool voor de tomatenteelt (PeMaTo, Nr. 140948). In PeMaTo wordt de biologische controle in de tomatenteelt op een innovatieve, ecologische manier aangepakt. Er wordt een monitoringstool ontwikkeld die de teler in staat zal stellen om op een snelle, eenvoudige manier de aanwezige plagen én nuttigen in de serre in kaart te brengen. Dit kan bijvoorbeeld op basis van gele vangplaten. Onderzoek zal uitwijzen hoeveel vangplaten precies nodig zijn per hectare en of dit automatisch kan geteld worden. De uitdaging voor deze monitoringstool zijn plagen zoals spint (Tetranychus urticae) die niet op vangplaten terug te vinden zijn en zeer lokaal ernstige schade veroorzaken. Gewasmonitoring is hier noodzakelijk, maar vraagt veel tijd.
Het uiteindelijk doel is de uitbreiding van deze monitoringstool tot een beslissingstool. Waarbij de ratio van de aanwezige plagen en nuttigen zal bepalen of de plagen onder controle zijn of niet in specifieke regio’s in de serre. Hiervoor worden populatiemodellen opgesteld op basis van klassieke Lotka-Volterra vergelijkingen. Deze modellen beschrijven de populatiedynamica op basis van differentiaalvergelijkingen. De nodige data input bestaat uit tellingen van plagen en nuttigen uit de praktijk wat een enorm voordeel biedt ten opzicht van andere/oudere modellen, waarbij vaak enkel rekening gehouden wordt me de plaag. De eerste resultaten zijn alvast veelbelovend.

Na de goedkeuring van het huidige LA-traject dook plots een nieuwe, Mediterrane plaag op in Vlaamse en Nederlandse serres, namelijk de tabakswittevlieg (Bemisia tabaci). Deze plaag is moeilijk te onderscheiden van de gekende kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum), maar is zéér resistent tegen alle mogelijke chemische gewasbeschermingsmiddelen. Biologische controle is mogelijk met de roofwants Macrolophus pygmaeus en de sluipwesp Eretmocerus eremicus, maar er kan niet chemisch gecorrigeerd worden. Dat maakt van deze plaag een enorme uitdaging. Witte vlieg vormt de laatste jaren een groter probleem doordat belichte teelten naast onbelichte teelten worden opgeplant en omgekeerd. Hierdoor blijven plagen jaarrond in de serres aanwezig. De nuttigen kunnen de snelle opmars van de plagen vaak moeilijk aan. B. tabaci veroorzaakt in sommige gevallen “tomato irregular ripening (TIR)”. De tomaten kleuren niet meer door en zijn onverkoopbaar. Als gevolg heeft één Vlaamse teler in 2015 zijn teelt vervroegd stopgezet en een andere teler een belichte teelt opgeruimd in januari 2016. De gevolgen kunnen dus dramatisch zijn.

Naast B. tabaci is recent ook de nuttige roofwants Nesidiocoris tenuis vanuit Zuid-Europa opgedoken in Nederland. Deze roofwants veroorzaakt veel ernstigere gewasschade in vergelijking tot M. pygmaeus en wordt daarom eerder als plaag dan als nuttige gezien. Ook dit insect is zeer resistent gebleken tegen chemische gewasbeschermingsmiddelen.

De meerwaarde van het ERANET C-IPM project steunt op drie pijlers. In het eerste luik zal het huidige LA-traject uitgebreid worden naar de paprikateelt. Bladluizen vormen al jaren een groot probleem binnen deze teelt. De biologische bestrijders zijn aanwezig, maar ze werken onvoldoende of de telers hebben geen vertrouwen in de producten. Vaak voorkomende problemen bij veelgebruikte sluipwespen zijn endosymbionten en hyperparasieten. Daarom richten we ons binnen dit project op de alternatieve predatoren zoals de roofwants M. pygmaeus en de galmug Aphidoletes aphidimyza,. Aan de hand van veldproeven zullen de specifieke één-op-één predator/prooi evenwichtspunten bepaald worden. Deze evenwichtspunten geven enerzijds aan of een predator efficiënt is, anderzijds geeft het aan hoeveel bladluizen een teler moet tolereren om biologisch te bestrijden. Voor de meeste telers geldt er momenteel een nultolerantie, vandaar dat er dringend alternatieven nodig zijn. De modelering en dus de beslissingstool zal zich voor de paprikateelt beperken tot de bladluizen. Het ganse ecosysteem gaan simuleren is onhaalbaar binnen dit project. Daarnaast beginnen ook meer en meer paprikatelers hun teelt te monitoren, ook hier zijn efficiëntere methodes noodzakelijk. Kennisuitwisseling vanuit de tomatenteelt is mogelijk.

In een tweede luik wordt er gewerkt aan een innovatief monitoringssysteem voor spint in tomaat met behulp van multispectrale camera’s die bovenop een electrokar kunnen geïnstalleerd worden. Op deze manier kan de spintschade bovenaan het gewas automatisch gedetecteerd en gekwantificeerd worden. Onderzoek zal uitwijzen of dit eerder een waarschuwingssysteem of een echt kwantitatief monitoringssysteem kan worden. Daarnaast zal er gewerkt worden aan automatische beeldherkenning van plagen en nuttigen op de gele vangplaten. De bestaande systemen werken niet afdoende. In eerste instantie is het de bedoeling dat het aantal witte vliegen en roofwantsen op een betrouwbare manier automatisch geteld worden. Vervolgens wordt ernaar gestreefd onderscheid te maken tussen T. vaporariorum en B. tabaci, maar ook tussen M. pygmaeus en N. tenuis. Monitoring is geen populair thema en heeft dringend innovatieve oplossingen nodig om aantrekkelijk te worden voor de sector. De bijdrage van dit project kan een belangrijke stap zijn in die richting.

In een derde luik zullen de huidige modellen in tomaat worden uitgebreid met data van B. tabaci en N. tenuis vanuit Zuid-Europa. Dit geeft niet alleen de mogelijk om te anticiperen op nieuwe, opkomende plagen, maar maakt de beslissingstool van het huidige LA-traject bruikbaar in heel Europa.

Tot slot is vormt de kennisuitwisseling vanuit bestaande onderzoeksinitiatieven tussen de verschillende projectpartners een belangrijke meerwaarde. Elke partner vertrekt vanuit zijn eigen expertise, maar vormen samen een mooi, complementair geheel met het huidige LA-traject. De gecombineerde kennis zal gedeeld kunnen worden met de sector in regionale gebruikersgroepen waarin de lokale onderzoekspartners de resultaten toelichten aan de regionale stakeholders en telers.

PCH, PSKW, UAntwerpen, WUR (Nederland), IFAPA (Spanje)
Proefcentrum Hoogstraten
Rob Moerkens
Horticultuur / tuinbouw
Els Berckmoes, Rob Moerkens
Share this on