Probleem op deze pagina?

Project: Bedrijfsspecifieke strategieën voor de reductie van berengeur

LBO - LA: Landbouwonderzoek en Landbouwtrajecten
01/10/2013
30/09/2017

De doelstelling van het project is dan ook om deze risicofactoren te identificeren. Om dit te bereiken worden 1) een kosten-efficiënte sensorische methode ontwikkeld om berengeur veroorzaakt door verhoogde concentratie van skatol en/of androstenon te onderscheiden; 2) on-line detectiemethoden die uitgetest of toegepast worden in het slachthuis, gevalideerd; 3) een grootschalige en longitudinale praktijkstudie uitgevoerd op Vlaamse varkensbedrijven die reeds zijn omgeschakeld naar de productie van intacte beren om de prevalentie van berengeur en de variatie ervan na te gaan en risicofactoren te identificeren; en 4) onderzocht of en hoe fokberen die minder kans geven op nakomelingen met geïdentificeerd kunnen worden.
De kennis over de risicofactoren en de identificatie van laag risico fokberen wordt gebruikt om praktische, effectieve en bedrijfsspecifieke strategieën voor de reductie van berengeur op te stellen. Vier reductiestrategieën worden toegepast op vijf praktijkbedrijven met hoge berengeurprevalenties om de uitvoerbaarheid en effectiviteit te demonstreren, en aldus bredere implementatie aan te moedigen.

Ruime doelgroep
Implementatie van een strategie voor de reductie van berengeur is van direct belang voor zowel de varkenshouders, de fokkers en de slachthuizen. Daarnaast heeft dit project ook indirect een meerwaarde bij de vleesverwerkende sector en de retail omdat het de vermarktbaarheid van het vlees van intacte beren verhoogt. Op deze manier kan worden voldaan aan de vraag van de burger om af te stappen van onverdoofde chirurgische castratie.
In 2011 werden in België ongeveer 11,8 miljoen varkens geslacht, goed voor ongeveer 1108 miljoen kg geslacht gewicht (FOD economie, 2011). Het aandeel van Vlaanderen hierin is ongeveer 94%. De eindproductiewaarde bedroeg in 2011 ongeveer 1380 miljoen € of 27% van de totale land- en tuinbouwsector. De zelfvoorzieningsgraad van de varkenshouderij bedraagt meer dan 200%.

Reële doelgroep
Vlaanderen telt op heden 4661 varkensbedrijven (Landbouwtelling, 2012). Voor de varkenshouders zal de omschakeling naar het afmesten van intacte beren een meerwinst opleveren door een verbetering van de voederconversie en een verhoging van het vleespercentage in het karkas. Verschillende retailers hebben reeds aangegeven dat ze vlees van intacte beren aanvaarden, nl. Delhaize en Lidl. Recent heeft ook Carrefour deze beslissing kenbaar gemaakt in de media. We verwachten dus op korte termijn een toename in de afzetmogelijkheden en een verdere omschakeling van Vlaamse varkensbedrijven naar het afmesten van intacte beren. Voorwaarde blijft echter dat de prevalentie van berengeur laag is bij deze intacte beren. De verdere transitie naar intacte beren vormt een goede overgang naar de volledige omschakeling naar intacte beren in 2018, zoals vooropgesteld in de Europese verklaring van Brussel.

Tot slot zijn ook de fokkerij en de KI-centra doelgroep binnen dit project. Volgens het jaarraport van het spermacentra varkens (2010) zijn er 36 spermacentra voor varkens, met gemiddeld 60 beren per centrum. Ongeveer 82 % van de beren zijn Piétrainberen (n=1775). Naast de Piétrainberen van VVS worden ook Maximusberen van RaSe meegenomen zodat alle erkende Vlaamse varkensfokkerij-organisaties in dit project betrokken zijn. De interesse van de fokkerij in deze diversificatie tussen hoog en laag risico fokberen is groot teneinde hun concurrentiële positie t.o.v. buitenlandse fokprogramma’s te kunnen vrijwaren en verstevigen.

Het chirurgisch castreren van mannelijke biggen om berengeur te voorkomen verlaagt de productie-efficiëntie en staat dermate onder maatschappelijke kritiek dat de sector zich geëngageerd heeft om deze praktijk te stoppen in Europa tegen uiterlijk 2018. Omschakeling is echter enkel mogelijk als aan de consument berengeurvrije vleeswaren gegarandeerd kunnen worden. Hiervoor is het belangrijk om de prevalentie van berengeur te reduceren en afwijkende karkassen te detecteren aan de slachtlijn. Tot op heden kan er echter geen duidelijk advies gegeven worden aan de varkenshouders over hoe deze berengeurprevalentie verlaagd kan worden en is er geen automatische online detectiemethode beschikbaar.
In een recente studie (CASPRAK) werd aangetoond dat het voorkomen van beren met berengeur tot 10% kan oplopen op sommige bedrijven. Andere bedrijven hadden quasi een nulprevalentie. Dit suggereert dat er bedrijfs- en of situatiegebonden verschillen zijn die het voorkomen van berengeur bepalen. Nu dat verschillende retailers vlees van niet-gecastreerde varkens vermarkten, is het voor het eerst mogelijk om – op vraag van de sector en ten behoeve van de consument - in Vlaanderen een grootschalige en longitudinale praktijkstudie uit te voeren om zowel situatiegebonden als bedrijfsgebonden risicofactoren te bepalen.
De doelstelling van het project is dan ook om deze risicofactoren te identificeren. Om dit te bereiken worden 1) een kosten-efficiënte sensorische methode ontwikkeld om berengeur veroorzaakt door verhoogde concentratie van skatol en/of androstenon te onderscheiden; 2) on-line detectiemethoden die uitgetest of toegepast worden in het slachthuis, gevalideerd; 3) een grootschalige en longitudinale praktijkstudie uitgevoerd op Vlaamse varkensbedrijven die reeds zijn omgeschakeld naar de productie van intacte beren om de prevalentie van berengeur en de variatie ervan na te gaan en risicofactoren te identificeren; en 4) onderzocht of en hoe fokberen die minder kans geven op nakomelingen met geïdentificeerd kunnen worden.
De kennis over de risicofactoren en de identificatie van laag risico fokberen wordt gebruikt om praktische, effectieve en bedrijfsspecifieke strategieën voor de reductie van berengeur op te stellen. Vier reductiestrategieën worden toegepast op vijf praktijkbedrijven met hoge berengeurprevalenties om de uitvoerbaarheid en effectiviteit te demonstreren, en aldus bredere implementatie aan te moedigen.

Met dit project willen we via de reductie van berengeur enerzijds inspelen op de commerciële opportuniteit van het afmesten van intacte beren en op deze manier de Vlaamse varkenssector en zijn internationale concurrentiepositie verstevigen. De resultaten van de CASPRAK-studie geven aan dat op een gemiddeld varkensbedrijf het brutosaldo met 7360 €/jaar verhoogd door om te schakelen naar de productie van intacte beren i.p.v. bargen. Door het aanreiken van bedrijfsspecifieke reductiestrategieën verwachten we op korte termijn een verdere stijging van het aantal bedrijven die omschakelen naar intacte beren. Daarnaast willen we ook de sector voorbereiden op het nakend verbod op chirurgische castratie van mannelijke biggen in 2018.

Naast de 3020 gespecialiseerde varkensbedrijven in Vlaanderen (2010), heeft dit project ook een significant belang voor de fokkers, KI-centra en slachthuizen. Interactie met deze doelgroepen vangt reeds aan vanaf de start van dit project. Het verzamelen van de gegevens die nodig zijn voor het uitwerken van de bedrijfsspecifieke strategieën gebeurt immers in samenwerking met deze bedrijven waarbij veel ruimte is voor doorstroom van informatie, overleg en feedback. Daarnaast wordt ook doorheen het project aandacht besteed aan het verspreiden van informatie naar deze doelgroepen .
Naast de klassieke kanalen van kennisverspreiding (via publicaties en voordrachten, via ADLO en het varkensloket) zal de kennisoverdracht naar bedrijfsbegeleiders en voorlichters verder doorstroming na afloop van het project garanderen.

Naast een economisch voordeel zal de omschakeling naar de productie van intacte beren bijdragen tot een verhoogde ecologische (verminderde nutriëntenexcretie) en sociale (betere sociale acceptatie) status van de Vlaamse varkenshouderij. Het voorgestelde onderzoek sluit aan bij het actieplan voor de varkenshouderij van minister Peeters, waarbij onderzoek naar castratie van biggen en zijn alternatieven als belangrijk onderzoekstopic naar voor werd geschoven.

KULeuven Dept Biosystemen, Huisdierengenetica / UGent Vakgroep Veterinaire Volksgezondheid en voedselveiligheid, Laboratorium voor Chemische Analyse
ILVO DIER
Sam De Campeneere
Marijke Aluwé, Sam Millet, Steven Janssens
Luc Verhoeven (Just Innovation), Luc Larmuseau (iLLumoo)
Share this on