Probleem op deze pagina?

Project: Plaatsingstijdstip van afwerklagen op cementgebonden dekvloeren - Van model naar plaatsingsprotocol

TETRA: Technologie-transfer gerichte projecten door instellingen van hoger onderwijs
01/07/2010
31/08/2012

Het project richt zich tot alle partijen die betrokken zijn bij het ontwerp en de uitvoering van cementgebonden dekvloeren en de bijhorende afwerklagen. Hiertoe behoren onder andere tegelzetters, steen- en marmerbedrijven, uitvoerders van dekvloeren, aannemers ruwbouw, parketplaatsers, architecten, tegelfabrikanten en -invoerders, lijmproducenten en in het algemeen alle bedrijven die betrokken zijn bij het plaatsen van harde of soepele vloerbekledingen op een cementgebonden ondergrond.

Vanuit de praktijk wordt gevraagd naar een wetenschappelijk onderbouwde methode die toelaat het optimale afwerkingstijdstip van een vloer te bepalen. Aan deze vraag komt het PROJECT tegemoet via de volgende doelstellingen:

De eerste doelstelling is het opstellen van een praktijkmodel dat het hygrothermisch en mechanisch gedrag van een vloer in een reële situatie kan voorspellen. Dit gebeurt in eerste instantie voor een cementgebonden dekvloer en keramische tegels als afwerklaag. Naar het einde van het PROJECT toe wordt het praktijkmodel uitgebreid voor andere afwerklagen die eveneens op cementgebonden dekvloeren worden toegepast. Tenslotte worden enkele bijkomende mogelijkheden van het ontwikkelde praktijkmodel, bv. materiaaloptimalisatie en -innovatie, het gebruik van het model bij het opstellen van normen, technische voorlichtingen, …, geëvalueerd. Het is noodzakelijk dat het praktijkmodel de volgende elementen bevat: mechanische eigenschappen (tijdsafhankelijke ontwikkeling van de druk-, buig-, trek-, afschuifsterkte en de stijfheidsontwikkeling van het gebruikte materiaal), fysische eigenschappen (volumemassa´s, thermische uitzettingscoëfficiënt, wateropslorping en eigenschappen i.v.m. mogelijk vochttransport), tijdsafhankelijk materiaalgedrag (krimp en/of zwelling, kruip en relaxatie) en het gedrag van de interfaces.

De tweede doelstelling is directe interactie met de bedrijven uit de doelgroep, enerzijds om de dagdagelijkse praktijk te inventariseren in een bevragingsronde en anderzijds om op een zo concreet mogelijke wijze kennis ter verwerven en uit te wisselen door analyse van proefvloeren of schadegevallen. Aan de hand van interviews en enquêtering wordt de huidige uitvoeringspraktijk in kaart gebracht en geanalyseerd. Tevens wordt informatie ingewonnen over de werkmethodes van de bedrijven, over de technieken die zij aanwenden om de kwaliteit van hun werk te controleren, over die criteria die zij hanteren om al dan niet te beslissen tot de uitvoering van een volgende laag van de vloer, enz. Ook wordt gepolst naar de "noden en vragen" van de verschillende bedrijven met het oog op een doelgerichte valorisatie van de projectresultaten. In tweede plaats. Daarnaast wordt begonnen met kennisuitwisseling tussen de onderzoekers en de bedrijven aan de hand van praktijkvoorbeelden. Er zullen daarbij enkele veel voorkomende schadegevallen bestudeerd worden. Er zal getracht worden een verklaring te geven voor het optreden van de schade en er zal tevens een oplossing ter voorkoming van de schade voorgesteld worden waar mogelijk. Waar nodig zullen aan de hand van proefvloertjes de goede en slechte situatie naast elkaar in de praktijk gedemonstreerd worden.

De derde doelstelling is het opstellen van een leidraad voor de uitvoering van dekvloeren en hun afwerkingen in de praktijk. Via simulaties met het praktijkmodel en door analyse van de proefvloeren en schadegevallen kan de invloed van heel wat uitvoeringsfactoren op het gedrag van de vloer voorspeld worden en kunnen kritieke situaties onderkend worden.

De vierde doelstelling is de vertaling van de leidraad naar praktische documenten voor ontwerpers en uitvoerders (uitvoeringsprotocol, voorstel van bestektekst, plaatsingsrichtlijnen, …).

De vijfde doelstelling is de verspreiding van de opgestelde documenten naar de verschillende doelgroepen toe door aangepaste opleidingen, studiedagen en navormingscursussen.

De doelgroep bestaat uit tegelzetters, steen- en marmerbedrijven, uitvoerders van dekvloeren, aannemers ruwbouw, parketplaatsers, architecten, tegelfabrikanten en -invoerders, lijmproducenten en in het algemeen, alle bedrijven die betrokken zijn bij het plaatsen van harde of soepele vloerbekledingen op cementgebonden ondergrond. Op basis van de resultaten zullen de uitvoeringstermijnen kunnen geoptimaliseerd worden en op voorhand ingeschat worden, worden onnodige wachttijden vermeden, en wordt het risico op schadegevallen drastisch verminderd. Materiaalkeuze en materiaalverbruik kunnen geoptimaliseerd worden. Het praktijkmodel zal kritieke punten in een vloeropbouw aan het licht brengen wat de zoektocht naar innovatieve oplossingen stimuleert.

Vanuit de praktijk werd gevraagd naar een wetenschappelijk onderbouwde methode om het optimale afwerkingstijdstip van een vloer te bepalen.

Hiertoe werd een enquête opgestuurd naar de verschillende partijen die betrokken zijn bij het ontwerp en de uitvoering van binnenvloeren, meer bepaald cementgebonden dekvloeren en de bijhorende afwerklagen (bv. keramische tegels, natuursteen, parket, linoleum,…). Met behulp van de enquêtes werd een beeld verkregen van de vloertypes die vandaag de dag veelvuldig gebruikt worden, met welke materialen deze vloeren gerealiseerd worden en welke innoverende trends gekend zijn bij de bedrijven. Ook werd informatie ingewonnen over de werkmethodes die toegepast worden, over de technieken om de kwaliteit van hun werk te controleren, over de criteria die zij hanteren om al dan niet te beslissen tot uitvoering van een volgende laag van de vloer,… . Als laatste werd geïnformeerd naar de noden en vragen van de verschillende bedrijven met het oog op een doelgerichte verwerking van de projectresultaten en naar ervaringen van de bedrijven met schadegevallen. Deze resultaten werden voorgesteld tijdens een studiedag op 15/09/2011 (titel + locatie).

Met behulp van de enquête en een uitgebreide literatuurstudie werd een analyse van mogelijke schadegevallen doorgevoerd. Hierbij werden de schadegevallen in verschillende groepen onderverdeeld en werd verklaard waar de oorzaak van de schade ligt. Vervolgens werden maatregelen opgelijst waarmee men deze schade kan vermijden. Deze analyse werd voorgesteld tijdens de studiedag van 15/09/2011 (Dekvloeren: Schade en preventie, te Gent) en een presentatie tijdens Stone Expo 2012 (januari 2012 te Gent).

Er werd een praktijkmodel opgesteld dat het hygrothermisch en mechanisch gedrag van een vloer voorspelt in een reële situatie. In eerste instantie werd het gemodelleerde vloersysteem beperkt tot een cementgebonden dekvloer met keramische tegels als afwerklaag.
Het praktijkmodel omvat de volgende elementen:
• Mechanische eigenschappen (tijdsafhankelijke ontwikkeling van druk-, buig-, trek-, afschuifsterkte en stijfheidsontwikkeling van het materiaal);
• Fysische eigenschappen (volumemassa’s, thermische uitzettingscoëfficiënt en eigenschappen i.v.m. mogelijk vochttransport);
• Tijdsafhankelijk materiaalgedrag (krimp en/of zwelling, kruip en relaxatie);
• Gedrag van de interfaces.

Het praktijkmodel werd getoetst aan het werkelijk gedrag van proefvloeren van 2m x 2m. Door middel van het proefmodel werd inzicht verkregen in het vervormingsgedrag van een cementgebonden dekvloer met keramische tegels als afwerklaag. Er werd een inventarisatie opgesteld van de wijzigende eigenschappen in het geval er andere materialen gebruikt worden dan deze waarvoor het model werd opgesteld.

Door middel van de proeven op het dekvloermateriaal werd de invloed van verschillende parameters op de eigenschappen van het materiaal nagegaan. De parameters omvatten o.a. W/C-factor, cementgehalte, klimaat (temperatuur en relatieve vochtigheid), type proefstukken, afmetingen proefstukken, verdichtingswijze (-graad), …

Er werden in situ metingen uitgevoerd die de vaststellingen gemaakt in labo-omstandigheden ondersteunen en die het belang van een goede verdichting benadrukken.

Tenslotte werden documenten opgesteld die bijdragen aan een beter inzicht in het gedrag van cementgebonden dekvloer met keramische tegels als afwerklaag. Zo kan er verklaard worden waarom en wanneer het opkrullen en opbollen van vloeren optreedt, en hoe dit kan beïnvloed worden door het wijzigen van parameters zoals sterkte en stijfheid materiaal, hechting tussen de verschillende lagen, dikte van de dekvloer, vochttransport in de verschillende lagen, klimaatomstandigheden, plaatsingstijdstip afwerklaag, … De bepaling van het plaatsingstijdstip van de afwerklagen is een zeer complex gegeven, zoals werd aangetoond met de proefresultaten en het praktijkmodel. Aan de hand van de projectresultaten is het mogelijk het gedrag van de vloeren te begrijpen. In de praktijk zijn er echter zo veel verschillende interfererende parameters dat het onmogelijk is om een algemeen geldend optimaal plaatsingstijdstip voorop te stellen.
Er werd tevens een voorstel gedaan tot aanpassing van de huidige bestekteksten (update normen en inhoud volgens de meeste recente literatuur en de projectresultaten).

De studiedag waarop de projectresultaten worden voorgesteld zal plaatsvinden te Gent en is voorzien op donderdag 28 maart 2013.

Hogeschool Gent, Universiteit Gent, WTCB
Hogeschool Gent - Veerle Boel
Veerle Boel
Bouw engineering, Bouwmaterialen, Componenten en Methoden
Peter De Pauw, Tinne Vangheel, Veerle Boel
Sebastiaan Schelfaut (Bureau Bouwtechniek), Luc Verhoeven (Just Innovation), Luc Larmuseau (iLLumoo)
Share this on